Erfrecht

Erfenis

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31-10-2013, ECLI:NL:GHARL:2013:8238

Kinderalimentatie. Interen op erfenis.

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 02-04-2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ6648

Erfenis, vereffenaar, verdeling

Gerechtshof Arnhem, 19-04-2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BY6957

Schadestaatprocedure t.a.v. omvang erfenis.

 

Erfgenamen

Gerechtshof Amsterdam, 26-04-2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4751

Rekening en verantwoording aan erfgenaam van rechthebbende.

Rechtbank Maastricht, 29-09-2003, ECLI:NL:RBMAA:2003:AN9464

Verbod erfgenaam post onder zich te nemen.

Rechtbank Amsterdam, 25-11-2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BU6172

Erfrecht. Verhoudingen tussen erfgenamen en tussen de executeur en haar gevolmachtigde, beiden tevens erfgenamen.

Erflater

Rechtbank Rotterdam, 31-12-2013, ECLI:NL:RBROT:2013:10502

Opheffing van de vereffening te bevelen van de nalatenschap van erflater.

Rechtbank Leeuwarden, 25-03-2010, ECLI:NL:RBLEE:2010:BL9720

Boedel, erflater, schending eigendomsrecht, wederrechtelijkheid

Rechtbank Rotterdam, 30-10-2013, ECLI:NL:RBROT:2013:8351

Erflater en dochter hebben tijdens leven erflater allerhande constructies opgezet om vermogen veilig te stellen. Tweede echtgenote wordt thans aangesproken door dochter, haar echtgenoot en de kleinkinderen van erflater.

Erfrecht

Rechtbank Noord-Nederland, 24-02-2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:712

Erfrecht

Rechtbank Noord-Nederland, 24-02-2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:713

Erfrecht

Rechtbank Maastricht, 30-11-2011, ECLI:NL:RBMAA:2011:BV1660

Erfrecht

Executeur

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-10-2014, ECLI:NL:GHARL:2014:7706

Declaraties executeur

Rechtbank Amsterdam, 07-08-2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:6967

Erfrecht; bindende vaststelling door executeur

Langstlevendentestament

Gerechtshof Amsterdam, 23-07-2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:2284

Vervaltermijn bij testament. Het testament is pas van kracht geworden met het overlijden van erflater. Eerst op dat moment zijn de door erflater met het testament beoogde rechtsgevolgen in werking getreden. Erflater had immers in de tussenliggende periode zijn testament kunnen wijzigen dan wel kunnen herroepen. Van blootstelling aan een onwenselijk lange – en door de wetgever niet beoogde – vervaltermijn is niet gebleken. Een waarnemend kandidaat-notaris handelt in beginsel niet onder de verantwoordelijkheid van de waargenomen notaris. Dit volgt – impliciet – uit artikel 1 lid 1 sub c Wna en kan ook worden afgeleid uit artikel 29 lid 7 Wna. Nu de oud-notaris onweersproken heeft gesteld dat zij zelf geen bemoeienis gehad heeft met het opstellen en passeren van de testamenten, kan haar in dit geval – ook niet als werkgever – geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Vaststaat dat erflater een slechte verhouding had met zijn kinderen, hen alsmede hun nakomelingen als erfgenamen wilde uitsluiten, een langstlevendentestament wenste en in het geval erflater gelijktijdig met of na klaagster zou overlijden een stichting en zijn zuster tot erfgenamen wilde benoemen. Deze omstandigheden zijn tijdens de bespreking met de notarieel medewerker aan de orde geweest. Bij bestudering van het dossier had de voormalig kandidaat-notaris hiervan op de hoogte kunnen en moeten geraken. Het had dan ook op haar weg gelegen om bij het passeren van het testament van erflater de bepaling zoals bedoeld in artikel 4:82 BW aan erflater voor te leggen. Nu niet is gebleken dat de voormalig kandidaat-notaris erflater bij het passeren van zijn testament (volledig) op de juridische gevolgen van dat testament heeft gewezen, kan haar daarvan in dezen een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

Waarschuwing.

Rechtbank Arnhem, 08-03-2006, ECLI:NL:RBARN:2006:AW2515

Ter beoordeling staat of eisers dienen te worden aangemerkt als erfgenamen van betrokkene 1 en of de procedure tegen hen kan worden hervat.

Rechtbank Roermond, 03-05-2006, ECLI:NL:RBROE:2006:AX3741

Erfrecht. Inbrengverplichting. Vóór 1 januari 2003: verplicht, tenzij de erflater het tegendeel heeft bepaald. Na 1 januari 2003: verplicht voor zover de erflater dit heeft bepaald.

Artikel 139 van de Overgangswet NBW bepaalt echter: In geval voor het in werking treden van de wet (de bepalingen van boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, Erfrecht) een door de wet geroepen erfgenaam in de nederdalende lijn bij een gift of in een uiterste wil niet is ontheven van zijn verplichting tot inbreng van de gedane gift, blijft deze, behoudens indien de erflater nadien anders mocht hebben beslist, ook na dat tijdstip daartoe verplicht. De achterliggende gedachte bij dit artikel blijkt uit de Parlementaire Geschiedenis van artikel 139 van de Ow: Indien onder het vóór 1 januari 2003 geldende erfrecht geen ontheffing van de verplichting tot inbreng is verleend, is het kennelijk de wil van de erflater geweest, dat inbreng wel plaats vindt, mede gelet op het belang van de broers en zusters van de begiftigde, die er op mochten vertrouwen dat door de gift de gelijkheid van de erfgenamen niet zou worden aangetast. Met andere woorden: het zwijgen van de erflater is hier nu juist wel als een keuze voor inbreng te beschouwen.

Wil er van een gift sprake zijn dan is daarvoor onder meer vereist dat er een rechtshandeling of een feitelijke handeling is, dat de gever met een bevoordelingsbedoeling (overeenkomend met de vrijgevigheidsgedachte onder het vóór 1 januari 2003 geldende erfrecht) moet hebben gehandeld, terwijl de begiftigde zich daarvan bewust was op het moment dat de gever met een bevoordelingsbedoeling handelde. Wie door een feitelijk niet-handelen een ander bevoordeelt, verstrekt geen gift. Louter passiviteit maakt een bevoordelingsbedoeling niet aannemelijk.

Legaat

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 05-10-2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BN9922

Uitleg legaat in testament.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-02-2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2834

Erfrecht. Legaat bij wege van een fideï-commis de residuo.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-02-2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2844

Kort geding. Afgifte legaat. Ontruiming woning.

Legitieme portie

Gerechtshof Amsterdam, 31-05-2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW7165

Legitieme portie. Inkorting op begiftigde.

Gerechtshof ‘s-Gravenhage, 26-04-2006, ECLI:NL:GHSGR:2006:AW3038

Erfrecht (oud). Schending recht op legitieme portie. Omvang van de legitieme portie en schenkingen.

Rechtbank Midden-Nederland, 19-09-2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:4322

Curatele, toepasselijk erfrecht, legitieme portie.

Nalatenschap

Rechtbank Gelderland, 27-06-2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:5260

Opheffing van een nalatenschap

Rechtbank Gelderland, 27-05-2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:5261

Opheffing nalatenschap.

Rechtbank Gelderland, 31-01-2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:5262

Opheffing nalatenschap.

Onterven

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 06-09-2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:6484

Testeervrijheid van curandus. Toetsing door kantonrechter op basis van artikel 4:55, lid 2 BW. Kantonrechter geeft in beschikking gemotiveerd aan waarom hij geen machtiging aan de curator afgeeft om namens curandus een (ontervend) testament op te maken.