Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-08

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-08 d.d. 5
januari 2012
(mr. R.J. Paris, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. H.J. Schepen, leden, en mr.
E.P.A. Bogers, secretaris)
Samenvatting
Product niet overeenkomstig de offerte en voorwaarden. Consument heeft bij Aangeslotene
een hypothecaire geldlening afgesloten met een variabele rente. Aangeslotene wijzigt tijdens
de looptijd van het contract de daarop van toepassing zijnde “vaste” opslag. Commissie is
van oordeel dat Aangeslotene daartoe de bevoegdheid mist nu de hierop betrekking
hebbende bepaling uit de Algemene Voorwaarden, in samenhang met de in de
hypotheekofferte gebezigde terminologie, voor meerdere uitleg vatbaar is.
1. Procedure
De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende
stukken:
– het dossier van de Ombudsman Financiële Dienstverlening;
– het verzoek tot geschilbeslechting d.d. 19 augustus 2010;
– het door Consument op 31 augustus 2010 ondertekende vragenformulier;
– een aanvulling op het verzoek d.d. 20 september 2010;
– het antwoord van Aangeslotene d.d. 10 januari 2011;
– de repliek van Consument d.d. 28 januari 2011;
– de dupliek van Aangeslotene d.d. 14 februari 2011.
De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële
Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.
De Commissie heeft vastgesteld dat beide partijen het advies als bindend zullen aanvaarden.
De Commissie heeft vastgesteld dat het geschil zich leent voor een schriftelijke afdoening als
bedoeld in artikel 16 van haar Reglement.
2. Feiten
De Commissie gaat uit van de volgende feiten:
– Op 25 augustus 2006 heeft Aangeslotene aan Consument een offerte voorgelegd
voor een hypothecaire geldlening van € 465.000,-, bestaande uit twee delen, een deel
van € 348.750,- met een rentevastperiode van 20 jaar en een deel van € 116.250,-
met een rentevastheidsperiode van 1 maand. De hypothecaire lening heeft een
looptijd van 30 jaar. Consument heeft deze offerte geaccepteerd.
– De maandvariabele rente is, zoals in de offerte staat vermeld, gebaseerd op de 1-
maands Euribor en een zogenoemde vaste opslag. Deze opslag is lange tijd 0,65%
geweest.

– Als gevolg van verslechterde marktomstandigheden heeft Aangeslotene zich
genoodzaakt gezien de opslag per 1 november 2008 te verhogen naar 1,35%. Per
brief van 3 november 2008 is dit aan Consument kenbaar gemaakt. Consument kan
zich daarmee niet verenigen.
– Op de betreffende geldlening zijn de Algemene Voorwaarden van Aangeslotene van
toepassing verklaard. In artikel 21 sub b van deze Algemene Voorwaarden is
opgenomen: “Het rentepercentage wordt gebaseerd op de zogenaamde
referentierente (1-maands Euribor) en kent een opslag die periodiek door geldgever
wordt bepaald, zie www.obvion.nl.”
3. Geschil
3.1 Consument vordert restitutie van de – vanaf 1 november 2008 – ten onrechte meer
in rekening gebrachte opslag van 0,7% over de hypothecaire geldlening van
€ 116.250,-, vermeerderd met de wettelijke rente. Voorts verzoekt Consument de
Commissie voor de resterende looptijd van de hypothecaire geldlening de opslag vast
te stellen op 0,65%, conform de door hem geaccepteerde offerte.
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslagen.
– Consument is van mening dat Aangeslotene de opslag niet had mogen verhogen,
vanwege het opgewekte vertrouwen omtrent een vaste opslag gedurende de gehele
looptijd van zijn hypothecaire geldlening, op basis van de ontvangen offerte van
augustus 2006 en de berichtgeving op de internetsite van Aangeslotene over variabele
rente.
– Consument geeft aan dat bij de berekening van de maandlasten in de offerte staat
vermeld een “vaste” opslag. Deze vorm van taalgebruik laat aan duidelijkheid niets te
wensen over. Nu er verder geen termijn is opgenomen over de duur van deze opslag
heeft Consument er op vertrouwd dat dit voor de gehele overeengekomen looptijd
van de hypothecaire geldlening was, te weten 30 jaar. Deze door beide partijen
ondertekende offerte kan aldus Consument niet eenzijdig door Aangeslotene worden
gewijzigd. Consument voegt daar aan toe zich bewust te zijn dat wel het
rentepercentage an sich variabel is.
– Tevens heeft Aangeslotene op haar website in 2006 vermeld dat in geval van een
hypotheek met een variabele rente – zoals bij Consument het geval is – de
maandlasten verlagen indien de variabele rente (gekoppeld aan de 1-maands Euribor)
lager wordt. Er werd niets gepubliceerd over een opslag die bij wijziging zou kunnen
leiden tot verhoging (of verlaging) van de maandlasten. De enige variabele component
zou de 1-maands Euriborrente zijn.
– Voor zover Aangeslotene verwijst naar de van toepassing zijnde Algemene
Voorwaarden stelt Consument dat conform artikel 6:238 lid 2 Burgerlijk Wetboek
bepalingen duidelijk en begrijpelijk moeten zijn opgesteld en dat bij twijfel over de
betekenis van een beding de voor de eiser meest gunstige uitleg prevaleert.
Consument is van mening dat de verwijzing van artikel 21 sub b van de Algemene
Voorwaarden naar een “periodiek” te bepalen opslag in combinatie met de tekstuele opmerking in de offerte van een “vaste” opslag, tot misverstanden en onduidelijkheden leidt. Het had op de weg van Aangeslotene gelegen om in de offerte, de Algemene Voorwaarden en op de website onmiskenbaar aan te geven dat separaat van de rente de opslag gewijzigd kon worden. Nu Aangeslotene dit heeft nagelaten, dient zij Consument financieel tegemoet te komen. In dit kader verwijst Consument naar het vonnis van 21 juli 2010 van de Rechtbank Roermond waarin is overwogen dat interpretatieverschillen van de tekst van de offerte en de Algemene Voorwaarden in het voordeel van de consument moeten worden uitgelegd.

3.3 Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, het volgende verweer gevoerd.
– Met het ondertekenen van de aan de offerte gehechte acceptatieverklaring heeft
Consument verklaard de in de offerte genoemde Algemene Voorwaarden te hebben
ontvangen en aanvaard. Door aanvaarding van de Algemene Voorwaarden zijn deze
van toepassing geworden op de relatie tussen partijen.
– Deze Algemene Voorwaarden staan een verhoging van de opslag toe. De
maandvariabele rente bestaat uit de referentierente (1-maands Euribor) en een
opslag. Dit staat ook in de offerte vermeld. De referentierente wordt maandelijks
herberekend. De opslag wordt conform artikel 21 sub b van de Algemene
Voorwaarden periodiek vastgesteld. Uit de omschrijving van dit bewuste artikel blijkt
onmiskenbaar dat de vaste opslag veranderlijk is tijdens de looptijd van de lening.
– Bij het aangaan van een hypothecaire geldlening met een variabele rente – zoals in het
onderhavige geval – had het op de weg van Consument gelegen om onderzoek te
doen naar hoe die rente is opgebouwd. Bij lezing van de Algemene Voorwaarden had
het Consument duidelijk moeten zijn dat de vaste opslag veranderbaar is. Naar de
mening van Aangeslotene kan er geen onduidelijkheid bestaan als men de offerte in
samenhang ziet met de Algemene Voorwaarden (meer in het bijzonder artikel 21 sub
b daarvan). De opslag is voor alle cliënten van Aangeslotene met een vergelijkbare
hypotheek dezelfde (en is in die zin vast). Als Consument na lezing van de Algemene
Voorwaarden niet precies begreep hoe de opslag wordt berekend, was het aan hem
om hierover vragen te stellen.
– Aangeslotene voelt zich in haar standpunt gesterkt door het vonnis van 7 juli 2010
van de Rechtbank Den Bosch, waarin werd geoordeeld dat Aangeslotene bevoegd
was de rentecomponent “vaste opslag” te wijzigen. Daarnaast verwijst Aangeslotene
naar de Aanbeveling van de Ombudsman Financiële Dienstverlening van 27 mei 2010,
waarin haar eveneens de ruimte is gegeven om de opslag te wijzigen.
4. Beoordeling
Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde en hetgeen door hen tijdens de
hoorzitting naar voren is gebracht, overweegt de Commissie als volgt.
4.1 De Commissie gaat voor haar beoordeling uit van de door Aangeslotene aan de
Consument uitgebrachte offerte van 25 augustus 2006, alsmede van de
toepasselijkheid en inhoud van de Algemene Voorwaarden van maart 2006.

4.2 De Commissie stelt in dat verband vast dat in de hypotheekofferte wordt aangegeven
dat het van toepassing zijnde rentepercentage wordt gebaseerd op de zogenaamde
referentierente (1-maands Euribor) en deze een vaste opslag kent. Naar het oordeel
van de Commissie kan de door Aangeslotene gebezigde term “vaste” niet anders
worden geïnterpreteerd dan als onveranderlijk. De zinsnede in artikel 21 sub b van
de Algemene Voorwaarden dat de opslag periodiek door de geldverstrekker wordt
bepaald, zou kunnen betekenen, zoals kennelijk ook door Aangeslotene wordt
beoogd, dat dit ook tijdens de looptijd van de overeenkomst zou kunnen
plaatsvinden, maar dit laatste volgt echter niet dwingend uit de gebezigde
terminologie zoals opgenomen in de hypotheekofferte. Deze geeft, vanwege de
zinsnede “vaste opslag”, ruimte voor de uitleg dat periodieke bepaling weliswaar
plaats zou kunnen vinden, maar lopende contracten niet treft. Het betreffende artikel
is derhalve, gelezen in samenhang met de offerte, niet duidelijk.
4.3 Waar het hier naar het oordeel van de Commissie de essentie van onderhavige
overeenkomst betreft, acht de Commissie het alleszins begrijpelijk dat de gemiddelde,
oplettende consument, onder wie Consument zelf, op grond van het eerder gestelde
heeft aangenomen dat de opslag in ieder geval tijdens de looptijd van de
overeenkomst niet aangepast zou worden en mede op grond van die interpretatie
heeft besloten onderhavige geldleningsovereenkomst aan te gaan. Daarbij lag het niet
op de weg van Consument om aan Aangeslotene opheldering te vragen over de
eventuele mogelijkheid dat de opslag ook tijdens de looptijd van de overeenkomst
zou kunnen worden gewijzigd, doch was het aan Aangeslotene om aan Consument
expliciet duidelijk te maken dat zij het recht bedong ook tussentijds de vaste opslag te
kunnen wijzigen.
4.4. De Commissie overweegt voorts dat ingevolge het bepaalde onder het tweede lid
van artikel 6:238 van het Burgerlijk Wetboek bedingen als de onderhavige in
Algemene Voorwaarden duidelijk en begrijpelijk moeten zijn opgesteld en dat bij
twijfel over de betekenis van een dergelijke bepaling de voor de wederpartij meest
gunstige uitleg dient te prevaleren. Waar de door Aangeslotene in haar Algemene
Voorwaarden gebezigde terminologie, in samenhang met de in de hypotheekofferte
gebezigde terminologie, voor meerdere uitleg vatbaar blijkt te zijn, dient naar het
oordeel van de Commissie de voor Consument meest gunstige uitleg met zich mee
te brengen dat de opslag niet tijdens de looptijd van de overeenkomst kan worden
veranderd. De klacht van Consument treft mitsdien doel.
4.5 Alles overziende concludeert de Commissie dat Aangeslotene niet de bevoegdheid
toekomt om de – in de hypotheekrente verdisconteerde – vaste opslag van 0,65% te
wijzigen en dat Aangeslotene Consument met ingang van 1 november 2008 te veel
rente in rekening heeft gebracht. De vordering van Consument komt derhalve in al
haar onderdelen voor toewijzing in aanmerking. Met betrekking tot de door
Consument gevorderde wettelijke rente overweegt de Commissie dat Aangeslotene
deze zal dienen te vergoeden voor de eerste betaling met ingang van 19 augustus
2010, de dag waarop Consument zijn geschil aan de Commissie heeft voorgelegd en voor het eerst (schriftelijk) jegens Aangeslotene aanspraak maakte op vergoeding van rente en voor de latere betalingen met ingang van de dag van betaling.
4.6 Nu Consument in het gelijk wordt gesteld, dient Aangeslotene de door Consument
in verband met het aanhangig maken en de behandeling van het geschil gemaakte
kosten ad € 50,– te vergoeden.

5. Beslissing
De Commissie beslist, als bindend advies, dat:
– Aangeslotene binnen een termijn van vier weken na de dag waarop een afschrift van
deze beslissing aan partijen is verstuurd aan Consument vergoedt hetgeen vanaf 1
november 2008 teveel door Consument aan opslagrente is betaald, vermeerderd met
rente gelijk aan de wettelijke rente voor de eerste betaling vanaf 19 augustus 2010 en
voor de latere betalingen vanaf de dag daarvan tot aan de dag van algehele
voldoening, waarbij zij een specificatie van het berekende bedrag aan Consument
doet toekomen;
– Aangeslotene met betrekking tot de onderhavige geldleningsovereenkomst met
Consument gedurende de resterende looptijd geen hoger opslagpercentage mag
hanteren dan 0,65%;
– Aangeslotene aan Consument vergoedt de door Consument betaalde eigen bijdrage
voor het aanhangig maken en de behandeling van het onderhavige geschil, zijnde €
50,-.
In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke
gevallen beroep openstaat van beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de
Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van
deze uitspraak.