LJN: BC0004, Rechtbank Amsterdam , 816770 DX EXPL 06-3131

RECHTBANK AMSTERDAM
Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: 816770 DX EXPL 06-3131
Vonnis van: 31 oktober 2007
F.no.: 585

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[Eiser]
wonende te Almere,
eiser,
nader te noemen [eiser]
gemachtigde: mr. M.J. Meijer

t e g e n

de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.
gevestigd te Amsterdam
gedaagde
nader te noemen Dexia
gemachtigde: dw. P. Swier

Procedure
De volgende processtukken zijn ingediend:
– de dagvaarding van 27 mei 2005, met producties.

Daarna heeft Dexia bij akte schorsing van de procedure aangezegd krachtens de Wet collectieve afwikkeling massaschade (WCAM). Bij rolmededeling van 20 december 2005 is vastgesteld dat de procedure is geschorst.

Na de zogenoemde WCAM-beschikking van 25 januari 2007 van het gerechtshof te Amsterdam heeft [eiser] een afschrift overgelegd van de opt-out verklaring als bedoeld in artikel 7:908 lid 2 Burgerlijke Wetboek (BW), waarin hij verklaart niet aan de verbindendverklaring gebonden te willen zijn. Naar aanleiding daarvan is beslist dat de onderhavige procedure wordt hervat.

Vervolgens is ingediend:

– de conclusie van antwoord van Dexia, met producties.

Bij tussenvonnis van 2 mei 2007 is een comparitie bepaald die heeft plaatsgevonden op 19 juni 2007. Van hetgeen besproken is ter comparitie is proces-verbaal gemaakt.
Voorafgaand aan deze comparitie is door [eiser] per brief van 24 mei 2007 een kopie van de huwelijksakte gestuurd. Op de comparitie is bepaald dat [eiser] nog bij akte nadere inlichtingen diende te verstrekken. Hierop heeft [eiser] een akte met bewijsstuk en Dexia een antwoordakte genomen.

Daarna is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

Indeling van het vonnis

1. Feiten
2. Vorderingen [eiser]
3. Standpunten [eiser]
4. Standpunten Dexia
5. Beoordeling van de vorderingen.

1. Feiten
Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V. (hierna: Labouchere). Waar hierna sprake is van Dexia wordt (worden) haar rechtsvoorgangster(s) daaronder mede begrepen.

1.2. [eiser] was bij het aangaan van de hieronder bedoelde overeenkomsten gehuwd met [echtgenote] (hierna: [echtgenote]).

1.3. Op of omstreeks 18 januari 2001 heeft [echtgenote] een lease-overeenkomst ondertekend met de naam AEX Plus Effect Maandbetaling waarop zij als lessee stond vermeld, met als wederpartij Labouchere (hierna: de lease-overeenkomst). Deze overeenkomst is aangegaan onder nummer 39289566 voor een periode van 240 maanden. De overeenkomst bepaalt onder meer dat [echtgenote] in totaal voor een aankoopsom (hoofdsom) van € 21.276,22 aandelen least en dat [echtgenote] 240 maandelijkse termijnen van telkens € 226,89 (HFL 500,00) verschuldigd was. De totale leasesom beliep € 54.453,60 waarin begrepen € 33.177,38 rente. De lease-overeenkomst loopt thans nog.

1.4. [echtgenote] heeft ter zake van deze lease-overeenkomst 60 maandelijkse termijnen van € 226,89 aan Dexia betaald. [echtgenote] heeft geen dividenden ontvangen.

1.5. [eiser] heeft aan [echtgenote] geen schriftelijke toestemming verleend voor het aangaan van de lease-overeenkomst. Bij brief van 1 november 2004 heeft [eiser] met een beroep op artikel 1:89 BW de nietigheid ingeroepen van de lease-overeenkomst.

2. Vorderingen [eiser]

[eiser] vordert bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

-voor recht te verklaren dat (a) de lease-overeenkomst te kwalificeren is als overeenkomst van koop op afbetaling in de zin van artikel 1:88 lid 1 sub d BW en de op deze lease-overeenkomst van toepassing is het bepaalde in de artikelen 1:88 en 1:89 BW en (b) voor recht te verklaren dat de in het geding zijnde lease-overeenkomst zonder dat beide echtgenoten hebben ondertekend, dan wel hebben toegestemd in de totstandkoming van de lease-overeenkomst, vernietigd is althans vernietigbaar is op grond van het bepaalde in artikel 1:89 BW, in concreto voor recht te verklaren dat (c) de huurkoopovereenkomst met nummer 39289566, naam AEX Plus Effect Maandbetaling rechtsgeldig door [eiser] is vernietigd en dat dit impliceert dat Dexiageen enkele toewijsbare vordering jegens [echtgenote] en [eiser] kan instellen uit hoofde van de (vernietigde) lease-overeenkomst;
– Dexia te veroordelen tot betaling, tegen een behoorlijk bewijs van kwijting, aan [eiser] van het tot en met heden onverschuldigd aan Dexia betaalde bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente per datum afboeking, tot de dag der algehele voldoening hiervan;
– Dexia te gebieden om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis aan Stichting Buro Kredietregistratie schriftelijk te melden dat geen betalingsachterstanden bestaan op basis van genoemde overeenkomst, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat Dexia zou nalaten aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 10.000,00;
– Dexia te veroordelen te betalen een bedrag van € 250,00 te vermeerderen met BTW, zijnde de door [eiser] gemaakte buitengerechtelijke kosten ter behartiging van deze procedure, met daarnaast veroordeling van Dexia in de kosten van deze procedure, die van de ingeschakelde (rol)gemachtigde daaronder inbegrepen.

3. Standpunten [eiser]

3.1. [eiser] stelt dat de lease-overeenkomst moet worden aangemerkt als huurkoop in de zin van artikel 7A:1576h BW en derhalve als koop op afbetaling in de zin van artikel 7A:1576 BW en dus de toestemming van hem behoefde ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW. Omdat [eiser] deze (schriftelijke) toestemming niet verleend heeft, heeft hij de overeenkomst rechtsgeldig kunnen vernietigen. Derhalve dient Dexia de reeds in het kader van de lease-overeenkomst betaalde termijnen te restitueren. [eiser] stelt daarnaast dat artikel 6:278 BW, waar Dexia zich op beroept, geen rol speelt in deze kwestie. [eiser] maakt tevens aanspraak maakt op buitengerechtelijke kosten.

3.2. Voor zover de vorderingen zijn ingesteld door [eiser] zijn deze gebaseerd op artikel 1:89 lid 5 BW.

3.3. Volgens [eiser] is Dexia wettelijke rente verschuldigd over alle betaalde bedragen per datum afboeking tot de dag der algehele voldoening.

4. Standpunten Dexia

4.1. Dexia betwist de vorderingen van [eiser] en voert – kort gezegd – aan dat de lease-overeenkomst niet kan worden aangemerkt als huurkoop.

4.2. Voorts voert Dexia aan dat geen sprake is van vernietigbaarheid als bedoeld in artikel 1:89 BW omdat – kort gezegd – artikel 1:88 BW geen betrekking heeft op vermogensrechten als de onderhavige, er geen sprake is van huurkoop bij gebrek aan aflevering en omdat partijen niet hebben beoogd om de afnemer de effecten te doen verkrijgen. Dexia stelt verder dat de huwelijkspartner de in artikel 1:88 BW bedoelde toestemming ook op andere wijze dan schriftelijk kan verlenen en dat [echtgenote] dit ook gedaan heeft. Tenslotte is het recht om de lease-overeenkomst op deze grond te vernietigen volgens Dexia verjaard.

4.3. Dexia betwist dat er sprake is van een BKR registratie aangezien [echtgenote] geen betalingsachterstand heeft; deze vordering dient derhalve te worden afgewezen. Daarnaast betwist Dexia (de hoogte van) de buitengerechtelijke kosten. Dexia voert verder aan dat zij geen wettelijke rente verschuldigd zou kunnen zijn omdat zij niet verzuim verkeert. Voorts verzet Dexia zich tegen een uitvoerbaarverklaring bij voorraad en beroept zij zich op artikel 6:278 BW voor het geval de vordering van [eiser] geheel of deels wordt toegewezen.

4.4 Tenslotte betwist Dexia (de hoogte van) de vordering nu deze niet nader is gespecificeerd, althans betwist zij daarvoor aansprakelijk te zijn.

5. Beoordeling van de vorderingen

5.1. In het vonnis van deze rechtbank van 27 april 2007, LJN nummer BA 3914, zijn in een soortgelijk geschil een aantal rechtsvragen beantwoord en beoordelingsmaatstaven gegeven, waarvan voor dit geding met name van belang zijn:

huurkoop en bevoegdheid (rov 8.1);
artikel 1:88/1:89 BW (rov 8.2);

De kantonrechter neemt de overwegingen uit het vonnis van 27 april 2007 op deze onderdelen over, voor zover daarvan niet hierna wordt afgeweken. In het onderhavige geval komt dan neer op het volgende.

Huurkoop; bevoegdheid en artikel 1:88/1:89.

5.2. Een lease-overeenkomst als de onderhavige wordt aangemerkt als huurkoop. De kantonrechter is derhalve bevoegd.

5.3. Artikel 1:88 lid 1 onder d BW is op deze lease-overeenkomst van toepassing. Nu volgens artikel 7A:1576i BW huurkoop bij akte wordt aangegaan, diende de daar bedoelde toestemming voor de lease-overeenkomst ook schriftelijk te worden gegeven (vgl. het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2007, LJN: AZ9721, rov 2.12.3). Aangezien deze schriftelijke toestemming ontbreekt, had [eiser] de bevoegdheid een beroep te doen op de hier bedoelde vernietigbaarheid.

5.4. De verjaringstermijn voor dit beroep is op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW 3 jaar.
De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt bekend wordt met de overeenkomst. Niet noodzakelijk is dat deze bekend is met de juridische kwalificatie van die overeenkomst (vgl. HR 5 januari 2007, RvdW 2007, 68 en LJN: AY8771). Nu Dexia stelt dat het vernietigingsrecht van artikel 1:89 BW verjaard is, ligt de bewijslast daarvan bij Dexia. De stelling van Dexia dat er in de Nederlandse gezinsverhoudingen van uitgegaan mag worden dat de echtgenoot er steeds van op de hoogte is wanneer de partner investeringen als de onderhavige doet, moge in veel gevallen juist zijn maar is onvoldoende om deze bekendheid ook aan te nemen in gevallen waarin die bekendheid gemotiveerd wordt betwist. Aan deze eis van gemotiveerde betwisting heeft [eiser] voldaan doordat hij ter comparitie heeft gesteld dat hij ten tijde van het afsluiten van de lease-overeenkomst nog in Amerika werkte en woonde en dat hij pas bij het bespreken van de nieuwe hypotheekplannen in oktober 2004, in verband met de emigratie van [eiser] naar Nederland, erachter kwam dat [echtgenote] een lease-overeenkomst had gesloten.

5.5. In dit licht heeft Dexia haar stelling dat [eiser] de overeenkomst na het verstrijken van de verjaringstermijn heeft vernietigd, onvoldoende met feiten onderbouwd, zodat die stelling gepasseerd dient te worden en er geen aanleiding is Dexia ter zake tot bewijs toe te laten. Er moet derhalve van worden uitgegaan dat [eiser] de overeenkomst tijdig heeft vernietigd. Dientengevolge dienen alle betalingen van [echtgenote] aan Dexia ter zake van de lease-overeenkomst te worden gerestitueerd, verminderd met hetgeen [echtgenote] ter zake van die overeenkomst van Dexia ontvangen heeft, zoals eventueel uitgekeerde dividenden.

Wettelijke rente

5.6. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar over het in 5.5 bedoelde saldo van de doorDexia te restitueren betalingen vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim was. Nu de onder 1.5. bedoelde brief van [eiser] niet is overgelegd, is het de kantonrechter niet bekend of en welke betalingstermijn [eiser] in deze brief heeft genoemd. Om die reden hanteert de kantonrechter de gebruikelijke betalingstermijn van 14 dagen na dagtekening van 1 november 2004, zodat kan worden aangenomen dat Dexia vanaf 16 november 2004 in verzuim is.

Buitengerechtelijke kosten

5.7. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen nu onvoldoende is gesteld of gebleken dat werkzaamheden zijn verricht anders dan ter voorbereiding van processtukken en instructie van de zaak.

BKR registratie

5.8. Nu Dexia onweersproken heeft aangevoerd dat geen sprake is van een BKR registratie, zal de vordering terzake worden afgewezen.

5.9. De overige stellingen van partijen in conventie behoeven geen behandeling meer.

Proceskosten

5.10. Gelet op de uitslag van de procedure dient Dexia te worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitvoerbaar bij voorraad

5.11. Er is bij afweging van de belangen van beide partijen bij de onderhavige uitspraak onvoldoende aanleiding het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

5.12. Nadat aan dit vonnis is voldaan zullen partijen geen verplichtingen meer jegens elkaar hebben uit de onderhavige rechtsverhouding. De eigendom van de in het kader van de lease-overeenkomst gekochte effecten is bij Dexia verbleven.

Beslissing

De kantonrechter:

I. verklaart voor recht dat artikel 1:88 BW op de lease-overeenkomst van toepassing is en dat de lease-overeenkomst derhalve buitengerechtelijk vernietigd is;

II. veroordeelt Dexia aan [eiser] te voldoen:

– € 13.613,40 als hoofdsom;
– de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 november 2004 tot aan de dag der voldoening;

III. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiser] gevallen, tot op heden begroot op:
– voor verschuldigd griffierecht    €   90,00
– voor het exploot van dagvaarding  €   85,60
– voor salaris van gemachtigde    €  600,00

In totaal:      €  775,60
één en ander, voorzover verschuldigd, inclusief BTW;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

IV. wijst het meer of anders gevorderde af;

Aldus gewezen door mr. A. Van Dijk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.