LJN: BE9779, Rechtbank Amsterdam , 817208 / DX EXPL 06-3569

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: 817208 / DX EXPL 06-3569
Vonnis van: 28 november 2007
F.no.: 466

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[eiseres],
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
nader te noemen [eiseres],
gemachtigde: mr. M.J. Meijer,

t e g e n

de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
nader te noemen Dexia,
gemachtigde: dw. P. Swier.

DE PROCEDURE
Bij tussenvonnis van 12 september 2007, waaraan de kantonrechter zich houdt, zijn partijen in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen te verstrekken.

Partijen hebben vervolgens de volgende akten ingediend:
–  door Dexia: een akte, aangaande de door [persoon 1] betaalde bedragen.
–  door [eiseres]; een akte, waarbij [eiseres] verklaart hoeveel [persoon 1] in totaal aan Dexiaheeft voldaan.

Daarna is vonnis bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. In het bovengenoemde tussenvonnis is geoordeeld dat de lease-overeenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk is vernietigd. Dit betekent dat de gevorderde verklaring voor recht in zoverre toewijsbaar is.
1.2. Aangezien de lease-overeenkomst rechtsgeldig is vernietigd, ontstaat in het kader van de ongedaanmakingsverplichting voor Dexia een verbintenis hetgeen ter zake van de lease-overeenkomst door [persoon 1] aan Dexia is betaald, te restitueren (verminderd met de eventuele door [persoon 1] genoten opbrengsten zoals dividenden). De eigendom van de geleasede effecten verblijft bij Dexia.

1.3. Partijen zijn het erover eens dat [persoon 1] voor een periode van 60 maanden, op of omstreeks de 25ste van de maand een bedrag van € 113,45 aan Dexia heeft voldaan. Dat betekent dat [persoon 1] in totaal € 6.807,00 heeft betaald uit hoofde van zijn betalingsverplichtingen uit de lease-overeenkomst. Er is geen sprake geweest van een dividend-uitkering.

1.4. De gevorderde wettelijke rente is als volgt toewijsbaar:
a.  over het in 1.3. bedoelde saldo ter zake van de lease-overeenkomst (€ 6.807,00), vanaf het moment dat Dexia met de terugbetaling in verzuim was, zijnde het moment waarop de door [eiseres] in de brief van 9 februari 2003 genoemde betalingstermijn van 14 dagen verstreek, tot de voldoening. In het onderhavige geval betekent dat de wettelijke rente toewijsbaar is vanaf 23 februari 2003 over een bedrag van € 3.063,15, zijnde de op dat moment door [persoon 1] betaalde 27 termijnen, tot de dag der voldoening.
b.  Verder is Dexia wettelijke rente verschuldigd over de door [persoon 1] betaalde maandelijkse termijnen vanaf 26 februari 2003 tot en met 27 oktober 2005, vanaf de betaaldata van de termijnen tot de dag der voldoening.

1.5. [eiseres] heeft niet voldoende gesteld dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat zij in verband daarmee buitengerechtelijke kosten heeft moeten maken. De te dezer zake gevorderde kosten worden afgewezen.

1.6. Naar aanleiding van de vordering gericht op ongedaanmaking van de (A-)notering van [persoon 1] bij BKR, overweegt de kantonrechter dat deze, nu uit het voorgaande blijkt dat de lease-overeenkomst niet in stand blijft, toewijsbaar is, met dien verstande dat Dexia wordt veroordeeld BKR binnen acht dagen een bericht te zenden, inhoudende dat de registratie van de lease-overeenkomst dienen te worden gestaakt c.q. verwijderd of gewijzigd ten gunste van [persoon 1]. De gevorderde dwangsom wordt gematigd tot € 100,00 per dag, met een maximum van € 10.000,00.

1.7. Dexia zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van het geding.

BESLISSING

De kantonrechter:

I.  verklaart voor recht dat de lease-overeenkomst met nummer 76103793 is vernietigd;

II.   veroordeelt Dexia aan [eiseres] te voldoen een bedrag van € 6.807,00 aan hoofdsom. De wettelijke rente wordt toegewezen over een bedrag van € 3.063,15 vanaf 23 februari 2003 tot aan de dag der voldoening en over de door [persoon 1] betaalde termijnen vanaf 26 februari 2003 tot en met 27 oktober 2005, vanaf de betaaldata van die termijnen tot de dag der voldoening;

III.   veroordeelt Dexia binnen acht dagen na betekening van dit vonnis aan de stichting Bureau Krediet Registratie (BKR) te Tiel schriftelijk te berichten dat de registratie van de in dit vonnis genoemde lease-overeenkomst dient te worden gestaakt c.q. verwijderd of gewijzigd ten gunste van [persoon 1], met veroordeling van Dexia tot betaling aan [eiseres] van een dwangsom van € 100,00 per dag of gedeelte van een dag dat Dexia nalaat aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum aan dwangsommen van € 10.000,00;

IV.  veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiseres] gevallen, tot op heden begroot op:
– voor verschuldigd griffierecht  €  103,00
– voor het exploot van dagvaarding  €  84,87
– voor salaris van gemachtigde  €  375,00

In totaal:  €  562,87
een en ander, voor zover verschuldigd, inclusief BTW;

V.  verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
VI.  wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. R.A.J. van der Linde, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 november 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.