LJN: BV8654, Gerechtshof Amsterdam , 200.013.010/01

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

 

 

ARREST

 

in de zaak van:

 

[APPELLANTE],

wonende te [woonplaats], gemeente [O.],

APPELLANTE,

advocaat: mr. M.J. Meijer, te Haarlem,

 

 

t e g e n

 

 

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DEXIA NEDERLAND B.V. (voorheen Dexia Bank Nederland

N.V.),

gevestigd te Amsterdam,

GEÏNTIMEERDE,

advocaat: mr. J.M.K.P. Cornegoor, te Amsterdam.

 

 

 

1. Het verdere geding in hoger beroep

 

1.1 Partijen worden hierna opnieuw [appellante] en Dexia genoemd.

 

1.2 Het hof heeft op 30 augustus 2011 in deze zaak een tussenarrest uitgesproken. Voor het verloop van de procedure tot die dag verwijst het hof naar dat arrest.

 

1.3 Dexia heeft vervolgens een akte na tussenarrest genomen.

 

1.4 [appellante] kreeg de gelegenheid om een antwoordakte te nemen. Die gelegenheid heeft zij niet benut. Haar werd ter rolle van 22 november 2011 op verzoek van Dexia akte van niet-dienen verleend.

 

1.5 Ten slotte hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen op basis van de stukken van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep.

 

 

2. Verdere behandeling van het hoger beroep

 

2.1 Dexia heeft zich bereid verklaard om mee te werken aan het door het hof voorgenomen deskundigenonderzoek. Zij heeft daarbij meegedeeld dat zij niet meer beschikt over de originelen van de aanvraagformulieren die bij memorie van antwoord zijn overgelegd.

 

2.2 Het hof zal er thans toe overgaan een deskundigenonderzoek te bevelen aangaande de vraag of het handschrift dat voorkomt op het aanvraagformulier gedateerd 2 juli 1999 afkomstig is van [appellante].

Het hof heeft de schriftkundige mevrouw R. ter Kuile-Haller bereid gevonden om dit onderzoek te doen.

 

2.3 De deskundige heeft verzocht om het voorschot op haar loon met inachtneming van een uurloon van € 120,- te bepalen op € 1.600,-. Daartegen is geen bezwaar gemaakt. Het hof zal dan ook het voorschot op de gevraagde omvang bepalen. Het voorschot komt, het hof overwoog dat eerder, voor rekening van Dexia.

 

2.4 Het hof heeft goede nota genomen van de mededeling van Dexia dat het origineel van het te onderzoeken aanvraagformulier ontbreekt. Die omstandigheid staat niet in de weg aan het voorgenomen deskundigenonderzoek. Het hof neemt aan dat uit de bevindingen van de deskundige zal blijken welke invloed aan deze omstandigheid moet worden toegekend.

Dexia heeft verder nog bepleit dat het handschrift dat voorkomt op het aanvraagformulier van 15 mei 2000 door de deskundige in haar onderzoek wordt betrokken. Het hof laat aan de deskundige over om te bepalen of dit onderzoek kan bijdragen aan de beantwoording van de vraag die het hof aan haar voorlegt.

 

2.5 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

 

 

3. Beslissing

 

Het hof:

 

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

 

– Is de handgeschreven tekst in het aanvraagformulier gedateerd 2 juli 1999 afkomstig van [appellante]?

– Zo u deze vraag niet bevestigend kunt beantwoorden: met welke mate van waarschijnlijkheid is genoemde tekst afkomstig van genoemde persoon?

– Wilt u ook overigens vermelden hetgeen van uw onderzoeksbevindingen voor het oordeel van het hof dienstig kan zijn?

 

benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:

mevrouw R. ter Kuile-Haller,

[adres],

[postcode gemeente],

[telefoonnummer];

 

bepaalt dat de griffier een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;

 

bepaalt dat partijen vóór 15 maart 2012 kopieën van de overige gedingstukken en – voor zover mogelijk – de andere door de deskundige noodzakelijk geachte stukken, aan de deskundige zullen doen toekomen dan wel anderszins ter beschikking stellen;

 

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig

– dat wil zeggen niet onder leiding van het hof – zal verrichten en dat dit zal plaatsvinden op een door de deskundige te bepalen tijd en plaats;

 

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk ondertekend bericht zal inleveren ter griffie van het hof vóór

1 juni 2012, onder indiening van haar declaratie onder vermelding van zaaknummer 200.013.010/01;

 

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek partijen in de gelegenheid zal stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat de deskundige in het schriftelijk bericht zal doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen of gedane verzoeken;

 

bepaalt dat Dexia vóór 15 maart 2012 een bedrag van

€ 1.600,– als voorschot op loon en kosten van de deskundige ter griffie van het hof zal deponeren door overmaking op het rekeningnummer [rekn.nr.] bij de RBS Bank ten name van MvJ Ontvangsten Gerechtshof, onder vermelding van “voorschot deskundige, zaaknummer 200.013.010/01 [appellante]/Dexia”;

 

verwijst de zaak naar de rol van 12 juni 2012 voor deskundigenbericht;

 

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.P. van Achterberg, G.B.C.M. van der Reep en D.J. Oranje en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 februari 2012 door de rolraadsheer.