Rol van inspraak bij politieke besluitvorming weegt mee

Rol van inspraak bij politieke besluitvorming weegt mee

 

Lees: uitspraak Raad van State  ECLI:NL:RVS:2015:1939

Casus Elshof is verzoek aanvrager (projectontwikkelaar) aan de raad tot wijziging bestemmingsplanprocedure geweest. Dit heeft de aanvrager (ontwikkelaar) gedaan n.a.v. een vooraf gekregen positief principebesluit van het college van B&W. Aanvrager dacht dat de raad dan ook wel positief zou besluiten, maar dit kreeg een andere wending. Door de inspraak bij het voor ontwerp bestemmingsplan gecombineerd met een nieuwe raad (politieke gemeentelijke verkiezingen) besloot de raad anders en negatief. De aanvrager dacht dat vertrouwensbeginsel in geding was, maar dat bleek niet zo.

Op 25 juni 2015 heeft de Raad van State het bezwaar van de projectontwikkelaar afgewezen.

Op 10 juni 2015 heeft de rechtszitting plaatsgehad waar projectontwikkelaar versus gemeente vooral strijd voerden inzake het wel/niet sprake zijn van opgewekte verwachtingen. De raad had aanvankelijk via een motie een “ja mits” signaal afgegeven, dat later bij de wisseling van de gemeenteraad na de verkiezingen alsnog een “neen” besluit werd. Het ja mits signaal was mogelijk niet echt ”een besluit de jure”, maar volgens de bewoners wel ”de facto”. Temeer omdat de ontwikkelaar er zo strak op acteerde en er via die wijze dus rechten aan leek te willen ontlenen (gemaakte voorbereidingskosten door opgewekte verwachtingen). Dat was de reden om voor de bewoners (die in wezen geen inhoudelijk belang meer hebben na het “neen” besluit van de raad) bij de zaak toch nog een vinger aan de pols te houden tot aan de zitting van 10 juni.

De aanwezigheid van de bewoners was nuttig tijdens de zitting. Het zette kracht bij aan de sfeer hoe dit woongebied is en hoe dit door de jaren heen is veranderd en hoe het gemeentelijk handelen soms bevreemdend op hen overkomt. De bewoners steunen het raadsbesluit van de afwijzing, maar konden dat ter zitting op eigen wijze nog eens stevig verwoorden.

Het krantenartikel -na de rechtszitting verschenen in Haarlems Dagblad- is helaas geen gelukkige weergave van de werkelijk spelende discussie:
– Het doelgroepwonen (bejaarden of jongeren e.d.) is niet de issue, maar de issue is: géén gestapelde woningbouw om meerdere redenen 1. Het maximaal haalbare op dit grondstuk is (het herbouwen van) één vrijstaande grondgebonden villa. Dát is het bewonersstandpunt.
– Voorts is ook niet relevant of een meerderheid van een buurt iets wel/niet wil (je word zo dan nl. tegen elkaar uitgespeeld = niet zinnig). Neen zinnig is het of de gemeente consistent haar ruimtelijke ordeningspolitiek bedrijft. Dat is een kwalitatief redeneringsvraagstuk voor de raad: ze zal haar eigen beleid serieus moeten oppakken/ wegen, en de nieuwe raad heeft -juist met het oog daarop- meer bewust gesproken. 2

Tijdens de zitting de rechter zich al uitsprak dat een motie geen bindend besluit is (de rechter kwalificeert het als een verzoek aan het college en niet als een besluit) en er dus geen zodanige verwachtingen zijn gewekt door de gemeenteraad dat de ontwikkelaar hier rechten aan mag ontlenen, waarvan akte!

 

 

  1. De argumenten daarvoor zijn meerledig. De toegenomen maatschappelijke bewustwording en waardering van het villagebied in cultuurhistorische betekenis, de relatie met beoogd doel van het algehele gemeentelijk splitsingsbeleid, de zonering in de structuurvisie, de niet te overziene precedentwerking, de overgebleven historische karakteristiek op dit kavel is het grondgebonden villawonen, de beslotenheid/ intimiteit willen nastreven bij villabewoning, de negatieve ruimtelijke uitstraling van gestapeld wonen (licht, parkeren, verharding), de verkeerde toepassing van de Bijgebouwenregeling etc.
  2. Er is immers op dit kavel “nogal wat beleid van toepassing”. Dat alles bij elkaar in acht nemend kom je logischerwijs uit op: maximaal tot (het herbouwen van) één vrijstaande grondgebonden villa.